|
|
|
Thuisfront: eerste hulp bij huiselijk geweld tussen (ex)partners In Groningen, Friesland en Drenthe is de werkwijze: Eerste hulp bij bij huiselijk geweld tussen (ex)partners ontwikkeld. Diverse instellingen werken samen en bieden eerste hulp bij huiselijk geweld tussen (ex)partners. Hieronder vindt u meer informatie over de werkwijze. Wilt u meer informatie over Thuisfront in de afzonderlijke provincies - het nieuws en de provinciale ontwikkelingen en contactpersonen - dan kunt u dat vinden onder de provincieknoppen in de navigatiebalk aan de linkerkant.
|
|
Melding bij de politie Iedereen die slachtoffer is van huiselijk geweld of getuige kan contact opnemen met de politie in de eigen woonplaats. Ook vermoedens kunt u melden. De politie zal de melding onderzoeken. Bij acuut geweld maakt de politie procesverbaal op en wordt de dader/pleger aangehouden. Na melding en het eerste onderzoek roept de politie man en vrouw op voor een intakegesprek op het politiebureau en worden beide naar de hulpverlening doorverwezen. Aan de verdachte wordt duidelijk gemaakt dat hij/zij zich schuldig maakt aan een strafbaar feit. De politie registreert dit delict, evenals volgende meldingen en signalen. Het gaat erom het geweld te stoppen en in de toekomst te voorkomen. Het maatschappelijk werk praat met het slachtoffer, de AFPN (Ambulante Forensische Psychiatrie NoordNederland) met de dader/pleger van het geweld. Beide hulpverleners leggen uit wat de bedoeling is en maken afspraken met het slachtoffer of de dader/pleger. Er vinden in totaal vijf tot acht individuele gesprekken plaats. Daarna kan vervolghulp worden afgesproken.
|
|
Hulp aan het slachtoffer Een slachtoffer van huiselijk geweld kan altijd een beroep doen op het maatschappelijk werk in haar/zijn woonplaats. Ook verwijzers kunnen het slachtoffer daarheen verwijzen.
Na aanmelding bij het maatschappelijk werk vindt een intakegesprek plaats met het slachtoffer. Hierin wordt de nieuwe aanpak uitgelegd, waarbij het gaat om het stoppen van het geweld. Om dit te realiseren zal met instemming, het maatschappelijk werk de politie informeren.
De politie zal in overleg met het maatschappelijk werk stappen ondernemen richting dader/pleger, om zodoende deze te overreden ook hulp te zoeken. Huiselijk geweld is een veiligheidsprobleem en kan nooit alleen met hulp aan het slachtoffer worden opgelost.
Het maatschappelijk werk werkt daarom samen met de politie en de daderhulpverlening. Wilt u meer weten over deze hulp: neem contact op met het maatschappelijk werk in uw gemeente.
|
|
Hulp aan dader/pleger Nadat op het politiebureau (ex)partners akkoord gaan met het hulpverleningstraject, nodigt de AFPN de dader/pleger uit voor een intakegesprek. In dit gesprek wordt een hulpverleningsaanbod gedaan, dat bestaat uit een achttal gesprekken. In deze 1e hulp wordt gekeken wat de dader/pleger kan doen om het geweld te stoppen. Met instemming van beide partners en mogelijk in gezamenlijke gesprekken, wordt overlegd met het maatschappelijk werk over afstemming van het hulpverleningsaanbod. Bij de afronding van het traject 1e hulp wordt een advies uitgebracht voor mogelijke vervolghulp.
|
|
Hulp aan kinderen Voor de kinderen die getuige zijn van mishandeling van hun moeder of vader, zijn de gevolgen groot. Getuige zijn van geweld valt onder de definitie van kindermishandeling. Ook dat is de reden om zo vroeg mogelijk in te grijpen bij huiselijk geweld. Een veilige leefomgeving is voor hen van groot belang. Kinderen worden, in geval van huiselijk geweld, altijd gemeld bij hte Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Het AMK draagt waar nodig zorg voor een hulpaanbod aan de kinderen en schakelt daartoe hulpverleningsorganisaties (bijv. Jeugdzorg) in.
|